maandag 21 oktober 2013

Kangaroo Island

Het is maandag de 21ste en vanochtend hebben we Apollo ingeleverd in Melbourne, zonder ook maar één krasje... Het was even slikken bij het afscheid nemen, want gedurende die ruim 6000 kilometer heb je toch een vertrouwensband opgebouwd. 



Maar daar gaat deze blog niet over! Deze blog gaat over Kangaroo-Island, een eiland voor de kust van Adelaide, van ruim 155 km lang en op het smalste punt slechts 1 km breed. 


Een derde van het eiland is National Park, het Flinders Chase National Park. En hier kwamen we er achter dat Gosse eigenlijk van oorsprong een Aboriginal is. Want oorspronkelijk waren dit de Gosselands! Als ik jou was zou ik het land terug claimen, Gosse, het is hier adembenemend mooi!



En zoals dat gaat met eilanden, kennen deze een eigen evolutie en zijn er planten en dieren die nergens anders voorkomen. En bij afwezigheid van vossen en ratten, die er op het vasteland wel zijn, floreren alle inheemse dieren hier beter dan elders. We zagen zeehonden, een koala, een slang, een zee-arend, zwarte zwanen, het lijkt wel één grote dierentuin. 





En er schijnen ook vogelbekdieren  te huizen. De enige zoogdieren die eieren leggen. Stel je toch eens voor hoe handig dat zou zijn.....Maar hoewel ik tweemaal de Platypuswandeling heb gelopen, een keer ook heel vroeg in de ochtend, lieten ze zich niet zien. Nou ja, een volgende keer misschien :-). Of zouden ze toch niet echt bestaan?


De zeehondenkolonie huisde aan de kaap, helemaal aan het eind van het eiland. Het was stormachtig toen we daar naar toe gingen en je kon je haast niet staande houden, maar dat maakte het extra mooi, die beukende golven tegen de rotsen.






En de laatste foto is er een van de Remarkeble Rocks, vreemd door de wind gevormde rotsen.

donderdag 17 oktober 2013

Het is alweer een week geleden sinds we de woestijn uitkwamen. We zijn in Zuid Australië en zien zo ongelooflijk veel, elke dag is er een met vele indrukken.
Allereerst gingen we naar Franklin Harbor National Park, een ruig park waar je eigenlijk alleen met een four wheel drive inkomt. We reden voor zover het ging met Apollo het park in en gingen verder te voet, over het strand. We kwamen Australische aalscholvers en andere strandvogels tegen




En een haai, weliswaar dood, maar er zijn levende haaien van drie meter lang die echt wel bijten, volgens een lokale visser. Des te meer respect voor de 83 jarige Mary, die nog graag haar eigen maaltje bij elkaar vist.



Het was echter vergeven van de vliegen aldaar, dus we zijn toch nog een stukje doorgereden naar Whyalla, een iets geciviliseerder oord (is relatief: het is maar hoet je er tegenaan kijkt) waar de vliegen bestreden worden.
Een camping aan het strand en al kijkend naar de vissers in de vroege ochtend, kopje koffie erbij, zwommen daar zowaar onze eerste dolfijnen voorbij. Die linker vangt zowaar een vissie






's Middags zijn we ze in de haven nog van dichtbij gaan bekijken. Ze bleken elke boot die binnenliep te stalken voor een visje, liever lui dan moe!



En die pelikaan zit er ook niet voor niets.


En die duif heeft gewoon een mooie kuif!


Het wordt warmer en warmer en we trekken naar de bergen, de Flinders Ranges. Ook daar laten de vliegen zich niet onbetuigd: je kunt het je niet voorstellen - of misschien wel, maar dat wil ik dan liever niet weten- ze vinden het vooral lekker in je oren, je neus en je ooghoeken te kruipen.
Vandaar dat we heel blij zijn met onze nieuwe hoedjes en vol vertrouwen gesluierd de bergen ingaan.



 Emoe's, een baardagaam ,een knalrode libelle, Twee andere reptielachtigen en natuulijk  prachtige vergezichten. Maar het uploaden van de foto's gaat zo langzaam, dat ik het bij 1 vergezicht houd. De rest houden jullie nog tegoed. Wil vanmiddag ook nog een strandwandeling maken :-)


In de  bergen reden 's we ochtends vroeg naar een heilige canyon waar aboriginalkunst te vinden is. We moesten we 12 km lang over een dirt road naar rijden, heel traag om alle kuilen te omzeilen, maar het was een prachtige rit. We waren vroeg vertrokken dus her en der hopten grazende kangoeroe's voor onze auto weg.

En de canyon was prachtig, ook deze foto's komen nog... Helaas werd onze opmars gestuit door twee bijenvolkeren die midden in de canyon tussen de rotsen hun nesten hadden gebouwd. Heb wel allergiepilletjes bij me, maar ja, de keuze tussen leven en aboriginalrotstekeningen aanschouwen viel vrij snel in het voordeel van het eerste uit. Boze bijen vind ik enger dan zo'n brown snake.

Het is niet druk bevolkt, de Flinders Ranges, maar ergens in een dorpje 60 km van de canyon vandaan vonden we een restaurantje annex dorpswinkel, voor Kees een road kill kangooroo burger en voor mij een quandongpie (nieuw  q - wordfeud woord, Petra!). Quandong is bush-fruit, een beetje bitter-zuur, met een bolletje roomijs, lekker!

zaterdag 12 oktober 2013

Blog van Kees

Na de eerste week zijn inderdaad de korte broeken uit de koffer gekomen. Ik hou me meer bezig met het fotograferen van dieren en Carolien met de bloemen. Op de vorige post was al de kleine blauwe Splendid Fairy Wren en de White Short Billled Black Cockatoo te zien.
Na het verlaten van de westkust nu de grote afstand van Esperance via Norseman richting Port Augusta. Een stuk van ruim 2500 km woestijn. Carolien vertelt wel verder. De zon is gelukkig tevoorschijn gekomen maar de muggen en de vliegen ook. Carolien noemt het vuillakken, ik noem het wat minder netjes gewoon kutmuggen. De eerste kevers zijn inmiddels ook gevangen. Een stuk of 30 meikevertjes en een stuk of 6 groene loopkevers. Zo fel en glimmend groen heb ik een loopkever nog nooit gezien. @Ton; de kleur van de kevers uit de perenboom. Nu maar hopen dat de post aankomt. Het zoeken is wel lastig hier want van de 10 gevaarlijkste slangen ter wereld komen er 8 in australie voor. Tijdens een duinwandeling zagen Carolien en ik de brown-snake in de zon liggen aan de kant van het wandelpad. Ook de Taipan en de tijgersnake zitten hier. Dus voor ik een steentje omkeer op zoek naar een kever denk ik eerst even na. Zo van "deze steen is te klein als schuilplaats voor een slang". Maar ja, dan zit er misschien een schorpioen onder.
Met onze camper gaat het goed. Al helemaal ingewijd als chillcamper, slaapcamper, vluchtcamper (tegen de muggen buiten) en killcamper (tegen de muggen binnen). Alle knopjes zitten wel op een andere plek dan bij ons  maar dat went. Ik ben drie dagen bezig geweest met het instellen van de klok van de magnatron omdat 1700 uur500 moet zijn, met am en pm enzo. De ruitenwisser zit links, de richtingaanwijzer rechts, de versnelling ook links van het stuur want het stuur zit op de plek van de bijrijder, da's wel raar. Het links rijden gaat prima. Carolien hoeft me dagelijks maar een paar keer van de verkeerde weghelft  te dirigeren dus dat gaat gelukkig allemaal heel goed. Oja, ik ben ook wel benieuwd hoe het met Pauline gaat op IJburg. Vind je het allemaal leuk Pauline en is poekkie al aan je gewend en eet ze een beetje?
Verder is Australië een fantastisch land. Van de natte wetlands naar de woestijn en zo weer naar de bush en terug naar de zee. Het ene landschap wisseld het andere in een groot tempo af zo ook het klimaat en de bijbehorende flora en fauna. Wij kijken ons ogen uit en vallen van de ene verbazing in de andere. Te veel om op te schrijven. De verhalen volgen thuis wel. Wel alvast een paar fotootjes. We hebben er inmiddels al een paar duizend geschoten.
Nou tot de volgende keer maar weer. Doeggies

maandag 7 oktober 2013

De grote oversteek

De grote oversteek!

Vandaag en morgen moet het gebeuren:
de grote oversteek van West- naar Zuid-Australië, dwars door de Nullabor Desert,
de droogste en heetste woestijn van Australië.
Het is een kleine 2000 kilometer van Norseman tot Port Augusta.
Ik heb giseren in de wasserette op de camping in Norseman,
gelezen hoe het de eerste pioniers die deze woestijn wilden doorkruisen is vergaan.
 
Twee blanken, drie aboriginals samen op pad. De eerste poging strandde,
omdat de paarden binnen drie weken aan de dorst bezweken. 
Een tweede poging met kamelen kwam al een stuk verder.
Maar ook deze strandde nadat een van de twee blanken door twee van de aboriginals
gedood werd. Wat daaraan vooraf gegaan is vermeldt het verhaal niet,
dat wordt aan onze verbeelding overgelaten.

Een derde poging - wat van doorzettingsvermogen getuigd - lukte echter wel
en nu licht er een strook asfalt door de Nullabor.
Natuurlijk is onze uitdaging een hele andere, wij zoeven in de airconditioned Apollo
van het ene roadhouse naar het andere, maar toch blijft het spannend.


 Want bij motorpech wacht ook ons de verzengende hitte van de woestijn... Dus tank vol, oliepeil gecontroleerd en op weg! Lange rechte stukken zwart asfalt,
onherbergzaam boomloos landschap, waar niets lijkt te kunnen leven.
De vele roadkills, voornamelijk dode kangoeroe's langs de weg,
spreken dat echter tegen. De kraaien doen hier goede zaken en zijn in grote getale
 
waar te nemen. Verroeste autowrakken en kruisen langs de weg laten zien dat ook
vandaag de dag deze oversteek niet zonder risico is.
Drowsy Drivers Die, Fatigue is Fatal, Rest in time of Rest Forever, 
woestijnblindheid ligt op de loer!
 
 
 
We wisselen elkaar af en speuren naar roadtrains, vrachtwagens met drie aanhangers,
die ineens uit de asfaltspiegeling tevoorschijn kunnen komen.
Maar het is vooral ook heel mooi. Een zoutmeer, een savanne, de zuidelijke kaap,
de kliffen en tot slot kilometers en kilometers graanvelden. 
 
 
We hadden het niet willen missen, maar zijn blij dat we aan de overkant zijn! 
 
 

Zomer

De korte broeken zijn uit de koffer! 
Met een biertje 'Carlton Dry' in de hand zitten we aan het strand.
Het strand in Cap le Grand National Park, aan de Zuidkust, 
nog steeds West-Australië. 
 
 
 
Voor ons een blauwgroene zee, achter ons granieten gebergte, bergen zeewier 
en langs de kustlijn een jonge meeuw (die we eerst voor een albatros aanzagen :-). 


  Kees is aan het jutten gegaan

We zijn wat van onze route afgeweken, oorspronkelijk stond dit niet in onze
plannen, maar het weer - veel regen - gooide roet in de route. 
We zouden namelijk een aantal dagen in Fritsgerald National Park doorbrengen,
zo'n 200 km westelijk van hier, ook aan de kust.
Maar door de regen was het park onbegaanbaar. We hebben wel een poging gewaagd,
maar na zo'n 20 km over redelijk begaanbare onverharde weg, 
stuitten we toch op een onneembare floodway. 
 
 
Maar ondanks dat we terug moesten, was ook dit weer prachtig,
alleen in een de natuur, en af en toe kom je dan een beest tegen.
 
 




zaterdag 5 oktober 2013


Na de eerste 600 km de eerste tankbeurt. De benzine is ongeveer 1,50 dollar ( ongeveer 1,15 euro). Wat er precies mis ging weet ik niet maar Caroline was vanaf haar middel tot aan haar enkels nat van de benzine. Mogelijk wilde ze ook haar broekzakken vullen. Stoned van de dampen kwamen wij bij het volgende park aan. Op vrijdag stond bij aankomst op de natuurcamping Ennoe de parkwachter ons al op te wachten en nadat hij ons geduldig de weg had gewezen liet hij zich na gedane arbeid nog even knuffelen

.

 Ook genoeg kangeroes op de camping. Geweldig gezicht hoe zo'n kleintje zich terug in de buidel propt.



Zaterdag naar een natuurpark met hele hoge Karri en Read Tingle bomen. Het zijn bomen van 60 tot 80 mtr hoog tropisch hardhout en heel indrukwekkend. Voor de beeldvorming; een flatgebouw van 10 verdiepingen is ongeveer 30 mtr hoog.



 Zondag bijna de hele dag regen. In de ochtend nog wel geprobeerd kaartjes te bemachtigen voor een walvisspotter vanaf Albany, maar deze was vol. De walvissen zullen even moeten wachten. Komende week belooft google warm en droog weer. De korte broeken liggen klaar :-) Daarna zijn we in de regen verkast naar Sterling Range national park. Ook van de gelegenheid (regen) gebruik gemaakt wat foto's van de camper te maken voor de volgende blog. Morgen de bergen in.